Overlijden van cliënt, deel 1: de uitvaart

Het komt helaas geregeld voor dat een cliënt komt te overlijden tijdens het bewind. Er reizen dan veel vragen over wat te doen en hoe nu verder? Er spelen zoveel verschillende aspecten: de uitvaart, de woning/kamer met inboedel, financiële administratie en de afwikkeling van de nalatenschap. In onze nieuwsbrieven behandelen wij de komende maanden verschillende facetten.

Bij een overlijden van de cliënt eindigt het bewind van rechtswege (dit geldt ook voor het mentoraat of de onder curatele stelling). Dit wil zeggen dat de bewindvoerder niet langer gerechtigd is om financiële handelingen te verrichten of beslissingen te nemen. Financiele handelingen en beslissingen komen nà het overlijden feitelijk toe aan de erfgenamen. In de praktijk kunnen er toch beslissingen gevraagd worden rond de totstandkoming van de uitvaart of de afwikkeling van de woning. Wij trachten hierin met de nabestaanden, mentor, gemeente of uitvaartorganisatie tot passende adviezen of besluiten te komen.

Voor de opdracht tot de uitvaart is een handtekening van een opdrachtgever onontbeerlijk. Er geldt hier: wie tekent, betaalt. Dit leidt geregeld tot stressvolle situaties onder de nabestaanden. Als deze er zijn tenminste… Zijn deze er niet dan verschuift het dilemma naar andere betrokkenen. Het is dan ook zeer te hopen dat er een goede financiële dekking is voor de uitvaart. Iets waar de bewindvoerder de nabestaanden en/of executeur met zekerheid over kan informeren.

Kosten die gemaakt worden en direct gerelateerd zijn aan de uitvaart, zoals de opdracht tot de uitvaart, kunnen in tegenstelling tot overige uitgaven rechtstreeks gedeclareerd worden bij de nabestaanden afdeling van de bank. De bank zal de nota voldoen vanuit de middelen van de overledene, uiteraard voor zover het saldo hierin voorziet. Dat betekent dat de opdrachtgever van de uitvaart meestal niet vanuit zijn eigen middelen de uitvaart hoeft te voldoen. Wel is hij hier aansprakelijk voor mocht de overledene onvoldoende vermogen hebben.

Binnen Beaufin inventariseren wij voor al onze cliënten of zij een passende uitvaartverzekering hebben, of deze gewenst is en uiteraard of dit financieel mogelijk is. Vanuit onze wettelijke taken en verantwoordelijkheden als beschermingsbewindvoerder is het hebben van een uitvaartverzekering voor cliënten weliswaar geen vereiste, maar wèl een pré. Dit in tegenstelling tot de verplichte inboedel- en aansprakelijkheidsverzekering. Een geschikte uitvaartverzekering vereenvoudigt de organisatie rond een uitvaart enorm voor de nabestaanden.

Er zijn diverse financiële producten om een uitvaart financieel goed afgedekt te hebben. Bij een uitvaartverzekering verzeker je de kosten van je uitvaart tegen een klein bedrag per maand. Soms kan dit ook middels een hogere eenmalige betaling. Er kan onderscheid gemaakt worden tussen een dienstenverzekering (de uitvaart wordt volledig uitgevoerd door de verzekeraar) en een verzekerd geldbedrag waarbij de verzekeraar een bedrag uitkeert ten behoeve van de uitvaart of begunstigde. Hierbij kan het erg welkom kan zijn als de begunstigde op de uitvaartpolis in algemene zin “de uitvaartondernemer” is i.p.v. een genoemd familielid met wie al jaren geen contact meer is of misschien zelf al overleden is... De financiële en administratieve rompslomp om de polis te verzilveren maakt het voor de nabestaanden vaak een crime in een toch al moeilijke periode. Een executeur (uitvoerder c.q. verantwoordelijke) van de nalatenschap zal dan ook graag adviseren om de uitvaartpolis van de cliënt bij leven te controleren en al dan niet de begunstigde veilig om te zetten.

Er zijn uitvaartorganisaties (zoals bijvoorbeeld Dela of PC Uitvaart) die zelf hun eigen uitvaartlocaties hebben. Dit geeft veel flexibiliteit. Kiezen de nabestaanden voor een andere locatie, dan zal de geldwaarde van de uitvaartpolis aanzienlijk verminderd uitgekeerd worden.

Helaas is het niet in alle situaties mogelijk om een passende uitvaartverzekering aan te gaan. Leeftijd, de medische situatie of beperkte financiële mogelijkheden kunnen dit soms onmogelijk maken. In zo’n situatie kan de cliënt terugvallen op de Wet op de Lijkbezorging waarbij de gemeente de uitvoer van de crematie of begrafenis verzorgd. Dit geschiedt ongeacht financiële beperkingen. Daarentegen zal de gemeente wel een claim leggen op het aanwezige banksaldo. De eventuele woning of kamer wordt normaliter in de bewoonde staat teruggegeven aan de verhuurder en verpleeghuis. In de praktijk treedt het verpleeghuis of de bewindvoerder in contact met de afdeling van de gemeente en voor verdere afstemming. Hierover meer in de volgende nieuwsbrieven.

Overlijden van cliënt, deel 1: de uitvaart